BOUWEN ZONDER VERGUNNING
10 juni 1990
Wanneer de nieuwe Woningwet in werking treedt, naar verwachting op 1 oktober 1992, komt er een einde aan een periode van meer dan 30 jaar waarin voor bijna elk bouwwerk een vergunning nodig was. Tot nu toe mocht slechts in enkele gevallen en na toestemming van de gemeente gebouwd worden zonder vergunning. Het is niet zo dat door de nieuwe woningwet ineens alles maar zonder vergunning mag worden gebouwd maar de vrijheid van de bouwers is toch aanmerkelijk vergroot. De belangrijkste bouwwerken waarvoor geen vergunning meer nodig zal zijn wil ik in dit artikel behandelen. Daarna zullen ook de bouwwerken waarvoor nog wel een vergunningsplicht of een meldingsplicht nodig is de revue passeren.
Eén van de zaken waarover tot nu toe veel discussie ontstond is de schutting, of zoals de woningwet het noemt, de erf- of terreinafscheiding. Schuttingen mogen voortaan zonder vergunning worden opgericht tot een hoogte van maximaal 2 meter. De enige uitzondering hierop: schuttingen vóór de voorgevel mogen niet hoger zijn dan 1 meter, als men tenminste zonder vergunning wil bouwen. Tot nu toe waren de schuttingen tussen de buren onderling vaak geen probleem, maar als men een schutting wilde bouwen langs de openbare weg, ontstonden er nogal eens problemen. Vooral wanneer de overburen er niet van gediend waren om tegen een dichte muur aan te kijken in plaats van een mooie tuin, kwamen er bij de gemeente veel klachten binnen. Of het aantal klachten van buren over schuttingen en dergelijke in de toekomst zal afnemen is te betwijfelen, maar de mogelijkheid van de gemeente om hiertegen op te treden zal zeker vervallen.
De tweede belangrijke wijziging betreft het bouwen van carports. Voor
carports, of ze nu open of dicht werden gebouwd, was steeds een vergunning
nodig en soms, als ze in strijd waren met het bestemmingsplan, nog een
heel aparte procedure. Die tijd is nu voorbij! Auto-minnende Nederlanders
zullen met plezier kunnen lezen in de woningwet dat ze voortaan zonder
vergunning hun auto mogen stallen in een open carport, zolang die maar
niet hoger is dan 2,70 meter en een oppervlakte heeft van maximaal 20 vierkante
meter. Een bouwvergunning is hiervoor niet meer vereist, zij het dat u
niet meer dan de helft van uw gehele perceel mag volbouwen.
De carport hoeft overigens niet per sé op het achtererf of zijerf
te staan maar mag ook vóór de woning zijn gesitueerd, zolang
hij maar los van de gevel staat.
Zonder nu een volledige opsomming te geven, wil ik toch als vergunningvrije bouwwerken nog noemen het tuinmeubilair tot een hoogte van 2 meter, antenne's met eem hoogte van maximaal 5 meter en alle werkzaamheden die tot het normale onderhoud behoren. Een aardig detail is ook dat u geen vergunning nodig heeft wanneer u van de gemeente een aanschrijving krijgt om uw woning in een betere staat te brengen. Dat was natuurlijk vroeger ook al zo, maar de mogelijkheden van de gemeente om aan te schrijven zijn in de nieuwe wet enigzins uitgebreid zodat dit soort zaken wellicht vaker voor zullen komen
Tot nu toe was het zo dat de Welstandscommissie, ook wel genoemd de schoonheidscommissie, een oordeel mocht vellen over alle bouwsels, of ze nu met of zonder vergunning werden gebouwd. De nieuwe woningwet bepaalt echter dat alle bouwwerken die zonder vergunning gebouwd mogen worden, niet worden beoordeeld door de "Welstand". Hiermee wordt dus aan elke burger de verantwoordelijkheid zelf gegeven om ervoor te zorgen dat hetgeen hij opricht (of aanricht!) ook voldoet aan redelijke eisen van welstand. Maar ja, met 15 miljoen Nederlanders en Medelanders wordt er over smaak heel wat getwist, zonder dat dit ertoe leidt dat we allemaal hetzelfde mooi vinden. Ongetwijfeld zullen er de nodige bont gekleurde carports en schuttingen van allerlei materialen verschijnen om onze steden en dorpen van een persoonlijk tintje te voorzien.
De grenzen aan het vergunningvrije bouwen zijn tamelijk helder. Wanneer u hoger of meer wilt bouwen dan wat ik hierboven heb beschreven, leidt dit er automatisch toe dat u een vergunning moet aanvragen. Soms zal de gemeente u dan vertellen dat u niet zomaar mag bouwen maar dat een vergunning ook niet nodig is. Een melding is dan voldoende. Het gaat hierbij o.a. om bij- of aanbouwtjes van maximaal 50 kubieke meter, kleine dakkapellen en rolluiken. In dat geval krijgt u ook weer te maken met legeskosten, welstand, de bouwverordening en het bestemmingsplan.
Al met al geeft de nieuwe woningwet aan veel mensen een grotere vrijheid om te bouwen, zonder dat nu ineens alles maar mag. Het zal interressant zijn om te zien hoe onze leefomgeving zal veranderen nu mensen vaker zelf mogen bepalen wat ze mooi vinden, zonder dat de welstandscommissie dit voor hen bepaalt.
Milieuvriendelijk schilderwerk
1 juni 1990
Veel mensen willen een steentje bijdragen om de milieuvervuiling terug te dringen, door in plaats van milieubelastende verf een milieuvriendelijke soort te gebruiken. Onder de traditionele verven zijn de verven op basis van alkydhars de meest gebruikte. Het grote nadeel hiervan is dat ze voor een deel bestaan uit oplosmiddelen. Wanneer deze stoffen verdampen, komen ze in de atmosfeer terecht waar ze bijdragen tot de vorming van smog en ozon. Men noemt dit ook het broeikas effect. Om dit te voorkomen zijn er tegenwoordig verven op de markt met water als oplosmiddel. Volgens de fabrikanten is dit een milieuvriendelijk alternatief. Omdat een belangrijk deel van de watergedragen verven bestaat uit acrylaat, noemt men deze verven ook wel acrylaat-(dispersie)-verven.
Maar als u verf met water als oplosmiddel gebruikt, zijn er voor het milieu toch nog gevaren: Vele zg. milieuvriendelijke producten zijn ook schadelijk voor het milieu, alleen op een andere manier dan de oudere verfsoorten. Daarnaast kan het gebruik van een milieuvriendelijk middel op plaatsen waarvoor dit middel niet geschikt is, leiden tot kapitaalvernietiging en nog meer milieuschade omdat men de verf weer moet verwijderen met agressieve afbijtmiddelen en opnieuw een verfsysteem moet aanbrengen.
Hoe kunt u ondanks deze gevaren toch een bijdrage leveren door uw keuze voor watergedragen verven? Met name aan de binnenzijde van uw woning kunnen watergedragen verven een goed alternatief vormen voor de traditionele alkydhars-verven. De eisen die worden gesteld aan de verf wat betreft hechting onder extreme omstandigheden (vocht en hoge temperatuur) zijn binnen veel minder hoog dan buiten. Daardoor is watergedragen verf binnen goed bruikbaar. U moet ermee rekening houden dat de glans van watergedragen verven vaak minder is en dat de drogingstijd korter is dan bij de alkydverven.
Voor het gebruik van watergedragen verven aan de buitenzijde van het
gebouw, kijken we naar de toepassing van de verf op hout. Zoals gezegd
is de glansgraad van deze verf zeker in het begin minder dan de glans van
een alkydsysteem. Dit is echter een kwestie van smaak die door ieder weer
anders gewaardeerd wordt. De afname van de glans bij alkydverven verloopt
sneller dan bij watergedragen verven zodat na enkele jaren de glans van
beide verven gelijk zal zijn.
Een andere vraag is belangrijker: beschermt de verf zijn ondergrond
goed en langdurig? Om het hout goed te beschermen is o.a. een goede hechting
van de verf nodig. Dit is bij alkydverven vaak beter dan bij watergedragen
verven. Omdat deze laatste echter vrij elastisch zijn, treedt er toch weinig
onthechting van de verf op. Dit kan soms ook nadelig zijn omdat vocht dat
eenmaal in het hout is doorgedrongen niet door barstjes in de verf weg
kan maar geruime tijd kan blijven zitten.
Andere vragen die van belang zijn:
Hoe lang gaat mijn verfsysteem mee? Is het nodig om na 3 jaar alles
over te schilderen of kan dit ook wel 5-6 jaar of nog langer wachten?
Zowel voor alkydverf als voor watergedragen verf rekent men tegenwoordig
met een periode van 5 tot 7 jaar, afhankelijk van de oriëntatie van
de gevel. De verf op de zuid-west gevel gaat het kotste mee, die op de
noord-oost gevel het langst.
Hoeveel onderhoud moet ik plegen aan het verfsysteem?
Aan de verf zelf zult u bij watergedragen verf iets minder werk hebben
dan bij alkyd maar de kans dat reparaties aan het hout moeten plaatsvinden
is bij watergedragen verf groter doordat het risico van vochtproblemen
en houtrot iets groter zijn.
Is het mogelijk de verf na afloop van zijn levensduur te verwijderen?
In tegenstelling tot alkydverf kan watergedragen verf niet afgeschuurd
noch afgebrand worden. Alleen door middel van afbijten kan de verf verwijderd
worden. Dit afbijten is uiteraard ook weer milieubelastend en u moet de
verfresten zeker goed gescheiden houden van ander afval. Praktisch is dit
natuurlijk een groot probleem.
Dan de vraag hoe de verf zich verhoudt tot andere producten die in
de gevel zijn toegepast. Met name in contact met kitten kunnen bij acrylaatverf
problemen ontstaan omdat de weekmakers uit bv. polysulfidekit in de verf
dringt waardoor deze zijn samenhang kan verliezen en onthechting op kan
treden.
In de praktijk komt het er op neer dat u watergedragen verf kunt gebruiken wanneer sprake is van een goede kwaliteit hout, bij voorkeur in de nieuwbouw, waarin geen verwering heeft plaatsgevonden. De verbindingen moeten goed zijn uitgevoerd zodat niet via de verbindingen waterdamp van binnen naar buiten wordt getransporteerd. Op de goedkopere soorten vurenhout kunt u beter een traditioneel verfsysteem toepassen.
Zijn acrylaatverven nu echt milieu-vriendelijk? Ze zijn minder milieubelastend omdat ze minder vluchtige organische stoffen hebben die in de atmosfeer verdampen. De acrylaat in deze verven is echter in de natuur slecht afbreekbaar en kan op die wijze schade veroorzaken wanneer deze in het milieu terecht komt. De kans dat dit gebeurt is zeker aanwezig omdat de verf oplosbaar is in water. Daardoor spoelt men makkelijk even de kwast en het potje in de gootsteen schoon waarbij de acrylaat in de riool verdwijnt. En met de acrylaat ook de conserveermiddelen die deze verf nodig heeft om niet te bederven. Deze conserveermiddelen kunnen ertoe leiden dat de waterzuiveringsinstallatie gestoord worden.
Tot slot enkele aandachtpunten:
1. Watergedragen verven stellen hogere eisen aan de ondergrond
2. Een eigen proef-vlakje opzetten als voorbereiding voordat definitieve
keuze wordt gemaakt, kan soms verstandig zijn.
3.Voordelen watergedragen verf: Elastisch, snelle droging
en minder oplosmiddel
4. Nadelen watergedragen verf: Minder glans, moeilijker
verwerkbaar en verwijderbaar, moeilijk in
combinatie met kit en tochtprofielen.
DAKKAPELLEN
14 mei 1990
Dakkapellen brengen licht en ruimte op de boven-verdieping van uw woning. Dit leidt tot een grote bruikbaar vloeroppervlak voor een relatief lage kostprijs.
Aandachtpunten
Bij de keuze voor een houten of een kunststof dakkapel en de exacte
afmetingen ervan moet men bedenken dat hout in aanschaf vaak goedkoper
is maar meer kost aan onderhoud. Bij grotere bouwprojecten waar veel kunstof
kapellen met weinig arbeidstijd worden aangebracht, is kunststof relatief
goedkoper maar als u de enige in uw straat bent die een dakkapel wilt dan
is hout vrijwel altijd goedkoper.
Aansluitingen van de kapel aan het dak vormen kwetsbare plaatsen waar
makkelijk lekkage kan optreden. Van belang is een goede detaillering en
correcte uitvoering. Leveranciers van dakkapellen met een ruim assortiment
aan bevestigings- en aansluitingsmiddelen verdienen de voorkeur.
Samenstelling van dakkapellen
Veel houten dakkapellen bestaan uit
- een plat dak met draagkonstruktie van gordingen,
thermische isolatie (minimaal 7 cm.), onder- en bovenafwerking.
- Zijwangen met stijl- en regelwerk, thermische isolatie
(minimaal 7 cm.) en tweezijdige afwerking
- Raamkozijn met een of twee vaste glaspanelen, een of
twee beweegbare delen, isolerende beglazing en een ventilatierooster
- Dakaansluitingen met 15 ponds loodslabben van 30 cm. breed
of een verholen goot
De dakkonstructie en zijwangen moeten aan de binnenzijde voorzien zijn
van een dampremmende laag polyetheenfolie om condensatie te voorkomen.
Voor de binnenbekleding werd vroeger veel zachtboard gebruikt hetgeen
nu vanwege brandgevaarlijkheid absoluut niet meer is toegestaan. Beter
is het hardboard, gipsplaten, masonite of triplex te kiezen als binnenafwerking.
Platte daken van houten kapellen kan men het best bedekken met bitumineuze
dakbedekking die niet kan opwaaien en niet verouderd onder invloed van
zonlicht. Dit is bijvoorbeeld 4 mm dik A.P.P. Tenslotte moeten een ingeplakte
spuwer en loden stadsuitloop bij het pakket zijn inbegrepen.
Voor de buitenbeplating en boeiboorden is watervast multiplex (10 mm.)
of volmassief kunststof met een dikte van 6 mm geschikt. Vanwege de vaak
moeilijke bereikbaarheid valt de keuze op een onderhoudsarm materiaal.
Toepassing
Toepassing van dakkapellen vindt vooral plaats bij dakhellingen tussen
30 en 55 graden. Bij andere dakhellingen is een daklicht een geschikt en
vaak goedkoper alternatief. De dakhelling brengt met zich mee dat het dak
is bedekt met keramische of betonnen pannen. Pre-fab dakkapellen geplaatst
op daken met bitumen, riet of lei zijn zeldzaam. De toepassingssektor is
woningbouw (renovatie/nieuwbouw) of utiliteitsbouw, bijvoorbeeld kantoren
of hotels in de binnenstad. Met name in stedelijke gebieden leiden de gemeeentelijke
eisen van een maximale dak- en goothoogte ertoe dat men dakkapellen gebruikt
en zo extra ruimte wint.
Verwerking
Voor een dakkapel is een sparing in het dakvlak nodig. Bij nieuwbouw
is dit al in het ontwerp opgenomen, bij bestaande bouw is het bepalen van
de juiste plaats en afmeting van groot belang. Vaak worden prefab dakkapellen
in een geheel van buitenaf met een kraan op de juiste plaats gebracht.
Bij bestaande bouw volgt de afmeting van de dakkapel veelal uit de afstand
tussen de spanten en de gordingen. Dit beperkt de keuzevrijheid. Prefab
dakkapellen zijn niet in elke willekeurige lengte verkrijgbaar. Men werkt
bijvoorbeeld veel met een veelvoud van 30 cm.
Kunststof dakkapellen vergen minder onderhoud dan houten. Vaak moeten
onderhoudswerkzaamheden aan kapellen op moeilijk bereikbare plaatsen gebeuren.
Dit leidt tot hoge arbeidskosten voor onderhoud bij houten kapellen.
Er bestaan pylyester dakkapellen die niet geschilderd, noch behangen
hoeven te worden.
Overigens bestaan ook houten dakkapellen voor een deel uit kunststofelementen,
vooral met het oog op beperking van de onderhoudsbehoefte.
Onderhoud is ook nodig van de aansluitingen tussen dakvlak en kapel.
Lood mag niet worden gebruikt in te grote lengtes omdat dit leidt tot scheuren
ten gevolge van uitzetten en krimpen bij temperatuurverandering. De aansluiting
aan de bovenzijde is alleen bereikbaar wanneer het dakvlak sterk genoeg
is om er op te lopen.
Veelal geeft de fabrikant tien jaar garantie op konstruktie- en vervaardigingsfouten.
Extra zekerheid heeft men met materiaal waarop een KOMO-atest met certificaat
is afgegeven. Een opdrachtgever doet er goed aan om met de aannemer een
garantieregeling te treffen voor de montage en de aansluitingen tussen
kapel en dakvlak.